Gefascineerd raken door het uiterlijk van een boomstam. Er bestaan veel boomstammen. Géén ene boomstam is hetzelfde. Allemaal. Werkelijk allemaal zijn ze verschillend. Tijdens onze wandeling van vanmiddag, Martien en ik, een wandeling die begon bij het Zwarte Pad in Scheveningen en eindigde bij Centraal Station, wandelend langs het strand, door Meijendel, Landgoed Clingendael en door het Haagse Bos.
VERSCHILLENDE BOOMSTAMMEN
Eerst was er een oude vrijwel dode boom met een gapend gat in zijn boomstam. Toen kwam er een machtige boom waarbij de boomwortels begroeid waren met felgroen mos.
Op Landgoed Clingendael staan veel bomen met boomstammen. Obsessief begon ik oog te krijgen voor boomstammen. De stammen van bomen die in dit jaargetijde d’r uitzonderlijk uit zien. Vind ik nu. En dit kwam ik nog meer tegen.

Aanhoudende slagregen die zorgt voor een scheiding van water op een boomstam en mos op een boomstam. Met dun mos begroeid. Deels wat meer nat, deels wat vaker droog. Een glad glimmende donker groene boomstam, horizontale lijntekening, vochtig en ogenschijnlijk oersterk.
Na deze boomstam was ik verkocht, verknocht, ging ik steeds meer los en was ik zonder Martien zonder meer dit keer werkelijk ‘lost’. Een boomstam verdiende gewoon mijn aandacht. Veel boomstammen. Zo verschillend, zo anders allemaal en met zovelen.
Wat deden al die bomen daar in dat Haagse Bos. Dit bos werd tijdens WOII voor 85% gekapt ‘door het Duitse leger ten behoeve van militaire werken die een vrij schootsveld vereisten’. Sommige bomen waren honderden jaren oud. Na de oorlog werd begonnen met de aanplant van nieuwe bomen. Dus veel van de nu aanwezige bomen met boomstammen deden niets meer dan 75 jaar lang groeien. Ieder boomstammetje ieder jaar weer een beetje meer doorgroeien.

Een boomstam met daarop iets wat er gezeten heeft, een oneffenheid in een verder gladde stam. Een oude wond die is geheeld kan ik het niet noemen want ik heb géén verstand van boomstammen. Ik kijk en meer niet. Barsten in een boomschors van een boomstam. Nog een boomstam met een boomschors met barsten, begroeid met meerkleurige schimmels of mos. Géén idee. Zo weinig verstand. Het is uitzonderlijk mooi om naar te kijken. Een boomstam met vlekken, horizontale lijntekening en met daarop iets wat er gezeten heeft. Het gaat maar door. Mateloos veel bomen met boomstammen nog te gaan. Een boomstam donker groen van kleur en overgaand in de kleur bruin. Een aangebrachte inkeping, geef het tijd en de boom heelt en laat een litteken achter in zijn boomstam dat hem niet deert. Zo waar, niets in het leven van de boom en zijn boomstam.

BEN JIJ EEN PLANK | IK OOK NIET
Overal en iedereen is, een boomstam. Iedere boomstam is verschillend en met een beetje verbeelding is iedere boomstam gelijk. En iedere boomstam groeit nog een beetje door. Net zoals iedereen. En net zo goed dat iedere boomstam gewoon staat te staan zo heeft ook iedereen z’n eigen bestaan. Iedere boom vindt het prettig om samen te staan. Ik weet het zeker. En daar leent een bos zoals het Haagse Bos zich uitstekend voor. En dat geldt ook voor mensen die zich in 2020 als een houten plank gingen gedragen, zich zo gingen voelen of door anderen zo werden gezien. Door mekaar als een houten plank uitdrukkingsloos aan te kijken, viel er aan communicatie weinig of géén lol meer te beleven. Niets verstaan en alles tot tweemaal toe moeten herhalen. Dan sta ik in mijn beleving al met 1-3 achter. En daarom is de boomstam knuffelaar in het leven geroepen. Speciaal voor houten planken.

BOOMSTAM KNUFFELAAR
Ik ben na vanmiddag niet een boomstam knuffelaar geworden. Echter ik kan me nu 2020 achter me ligt voorstellen hoe fijn het zou kunnen zijn om in plaats van een zich ook een beetje nog mens voelend voortslepend wezen lijfelijk te omarmen en wel nu dan toch hoe fijn het zou kunnen zijn om een flinke boomstam of een klein stammetje met meebewegende twijgjes te kunnen gaan omarmen. Per slot van rekening in essentie ook bestemd te gaan verworden tot een stel mooie, lelijke, scheve, niets zeggende of niet ogende planken. Wederzijds begrip. Een boom die met zijn boomstam voor niets en nergens voor wijkt en d’r altijd is voor zover die boom niet bestipt is op zijn boomstam en daardoor wellicht op een voorhands nog onbekende wijze onderhanden zal worden genomen. Dat ga ik nog meemaken. Misschien in de lente bij het ontluiken van de eerste groene zachte blaadjes daar wat hoger in die boom of anders van de zomer. Of nog beter misschien is dat dan niet meer nodig.