Vanaf het moment dat we de Duitse grens passeerden vielen ze me op. Automaten voor een pakje sigaretten. Ik heb nooit gerookt.
Vroeger zat op zo’n automaat onderaan een rij met laadjes. Eén sigarettenpakje van een bepaald merk per laadje. Ik kan me voor de geest halen hoe het voelde om een laadje met daarin een pakje sigaretten uit zo’n automaat te trekken.

MANTANO
Dat zal geweest zijn in de jaren ‘70. Mijn vader rookte. Te veel. Zo’n laadje was robuust, stevig en had een prettig aan je vingers voelende afgeronde greep. Zodra je d’r voldoende guldens in had geworpen. Effe duwen en trekken, ‘ram’ open, pakje d’r uit. En ‘ram’ weer dicht. Het volgende pakje sigaretten van hetzelfde merk voor een volgende klant viel op de nu vrijgekomen plek. En nu roken maar!

STANK
M’n vader dan. Die vieze stank kan ik me ook nog herinneren. Zaten we achter in de auto. Was het bestuurdersraampje open voor de rook. En die rook waaide met de koude lucht van buiten zo rechtstreeks in je gezicht op de achterbank. Dan zei ik maar niks.
Ik heb één zo’n pakje van m’n vader bewaard. Ongeopend. ‘Mantano cigarettes’. Ook de kleurstelling lichtbruin staat me voor de geest.

NS VERTRAGING
Laatst op een wat natte avond, op een door tochtend treinperron daar rook ik het weer. Ik ben drie keer heen en weer terug gelopen om te zien waar deze roker zich bevond. En dan zeg en doe ik verder ook maar niks en ben blij dat de vertraagde trein is gearriveerd.
