Vandaag de ontknoping. Twee afrondende hoofdstukken (waarna er nog wel een tweetal hoofdstukken NASCHRIFT komen). Nu in deze twee hoofdstukken misschien toch wat te veel kaartjes in omloop gebracht. Ik heb niet beter. Je bent op zo’n betreffende middag dat het verhaal z’n beloop kreeg toch meer bezig met de vereiste reddingsactie dan met de vooral achteraf aan jezelf toebedeelde rol als plaatselijke eigen buurt verslaggever ter plekke met in de ene hand je zwaar verouderde iPhone weet ik veel welk volgnummer (in ieder geval te laag volgens mijn kinderen) bezig zijnde plaatjes te schieten en opnames te maken en in je andere hand die blauwe deken die we uiteindelijk overigens niet nodig hebben gehad. Misschien diende deze door mij overal mee naartoe gesleepte en omhoog vastgehouden deken voor de (te) jonge zeemeeuw wel als afschrikmiddel waardoor hij liever Martien’s handen en de transportbox verkoos boven te worden gegrepen door dat naar alle kanten wapperende blauwe mensending.
NEE EN NU VANGEN EN REDDEN – ZONDER ¯\_(ツ)_/¯
Ik kijk naar beneden en zie daar opnieuw de jonge zeemeeuw in een redelijk rechte lijn een beetje waggelend door het kleine speeltuintje lopen. Dat is hier goed te volgen vanuit de witte ster met een 4 en hier vanuit de witte ster met een 5 en dan voor beiden de zwarte pijl na te lopen.
De daar spelende kinderen en de ping pongende jongeren hebben ogenschijnlijk niets in de gaten en spelen gewoon door. Ik roep binnen van vier hoog langs het trappen gat naar beneden naar Martien. En neem de roze transportbox en de blauw grijze deken vanuit de woonkamer, weer mee naar beneden. Ik geef de voorzet en Martien kopt hem in. A4, 5 of 3, ouders of verre neven en nichten. We gaan hem vangen en nu echt door tot het einde en redden of wat dat dan ook mag zijn.
Echter deze keer laat de jonge zeemeeuw zich niet eenvoudig vangen. Voorbij de hoek en schuin aan de overkant tussen de takken van de heg bij de tuin van Dominique blijft de jonge zeemeeuw zitten. Dat is hier goed te volgen vanuit de rode ster met een 6 en dan de zwarte pijl na te lopen. We komen d’r niet meer makkelijk bij.
Ik ga vanachter de heg met het uiteinde van een daar liggende tuinslang, de jonge zeemeeuw, door daarmee zachtjes te prikken, te bewegen wat naar de voorkant te gaan, zodat Martien hem weer kan pakken. Dat lukt. Al gauw zit de jonge zeemeeuw weer in de roze plastic transportbox. We gaan linea recta naar huis. Dat is hier goed te volgen vanuit de rode ster met een 7 en dan de zwarte pijl na te lopen.
En we bellen niet meer met Vogelopvang De Wulp maar rijden d’r gewoon meteen naartoe. Dat is hier goed te volgen vanuit de rode ster met een 8 en dan de zwarte pijl na te lopen.
Ineens gaat het allemaal heel snel.
En we hebben het daar niet meer over “Ouders in de buurt? Nee (ja, nu niet meer), eigenlijk van ja ✔️ was wel zo, of toch twijfel ¯\_(ツ)_/¯ maar waar waren ze nu dan ‘boots on the ground’ die meeuwen al die tijd”. Wordt allemaal te ingewikkeld en maakt nu ook niets meer uit.
NIKS AAN HET HANDJE
Daar aangekomen wordt onze jonge zeemeeuw als een pakketje aangenomen. Straatnaam (postcode), huisnummer en telefoonnummer worden genoteerd. Onze en mijn gegevens worden gekoppeld aan deze jonge zeemeeuw. Is wees. Corona maakt dat we niet mee naar binnen mogen maar buiten moeten blijven wachten. We staan ineens zonder. Even later gaat de deur weer open.
Achteraf bekroop mij toen langzamerhand al de gedachte dat deze (te) jonge zeemeeuw helemaal niet te ‘te’ is, maar gewoon een jonge zeemeeuw maatje A4. Jonge zeemeeuw in de stad met ouders. Niets bijzonders. Die redden zich wel. Gewoon laten gaan.
Maar dat wist ik toen daarvoor nog niet.
De jonge zeemeeuw maatje A4 is kerngezond en hij zal net als andere jonge zeemeeuwen gaan leren vliegen. Nadat hij wat aangegroeid is komt hij in een groter buiten vertrek te zitten met een aantal andere weliswaar een stuk oudere zeemeeuwen, een zwaan en twee aalscholvers. Een soort van samen. Het moet gezegd, door menselijk toedoen als wees binnengebracht. Eén lichtpuntje. Bij Vogelopvang De Wulp krijgt hij verse vis te eten. Ik beschouw dit dan maar als een deels door ons geregelde dagelijkse troost maaltijd.
Wanneer de tijd er klaar voor is zullen ze allemaal weer gaan vliegen. En de ‘onze’ gaat dan voor het eerst uitvliegen.