VOGELOPVANG DE WULP (IV)

Vogelopvang De Wulp in Den Haag kan beweging in de zaak brengen. We bellen. Ook daar: “Zo groot als een A4’je? ✔️ Ouders in de buurt? ¯\_(ツ)_/¯ ook nu weer. Gewoon laten gaan.”

Ons katten in de buurt verhaal verandert ook hier niets aan het advies. Sterker nog, bij Vogelopvang De Wulp hebben ze nog nooit meegemaakt dat een kat zich te goed doet aan een jonge meeuw. We vonden het al opmerkelijk dat toen de jonge zeemeeuw bij Riekje de keuken binnen liep, hun kat Karèl op nog géén twintig centimeter van de jonge zeemeeuw vandaan, géén acht sloeg op de jonge zeemeeuw. Hij maalde d’r niet om.

Voor het wegnemen van onze twijfel en het kunnen afvinken van “Ouders in de buurt?” stelt de vrijwilligster aan de telefoon van De Wulp voor, het beestje goed en stevig vast te pakken opdat hij gaat piepen en krijsen. Als ouders dan niet of niet meer verschijnen, dan mogen we onze jonge zeemeeuw komen brengen. Dan kan hij hoe zielig voor hem of haar ook, maar desondanks voor ons ook gelukkigerwijs, als jong weesje in veiligheid worden gebracht.

Dat is de afspraak en dat doen we. Hard gekrijs en al gauw verschijnen welgeteld, ik heb ze uit neuro automatisme dus goed geteld al vrijwel zeker wetende dat ik hiervan verslag zou gaan doen, 12 volwassen zeemeeuwen in de lucht cirkelend en krijsend en best wel dichtbij. De vrijwilligster wees ons er nog fijntjes op toch goed uit te kijken voor de volwassen zeemeeuwen aangezien ze ook mensen kunnen aanvallen wat gelukkig niet gebeurt. Daar gaat onze check “Ouders in de buurt? ✔️.”

“Gewoon laten gaan.” Ja zo gewoon vinden wij dat dus niet.

Want soms is het ook gewoon menselijk om dierenleed te willen voorkomen.

 

NATUUR IN DE STAD ZIJN GANG LATEN GAAN

Dan bepalen wij wel de plek waar we met de nog van ‘ons’ zijnde en met de, vinden we nog steeds, ’te’ jonge” zeemeeuw naar toe gaan. Parallel aan ons hofje ligt een gemeentelijk vrij lang grasveldje. Daar laten wij de jonge zeemeeuw los. Dat is hier goed te volgen door de rode ster met een 3 en dan de zwarte pijl na te lopen.

De volwassen zeemeeuwen kunnen nu van een klein afstandje bij ons vandaan, makkelijk genoeg landen en hun jong weer onder hun hoede nemen. Maar dat doen ze volgens ons niet, of in ieder geval is het wat onduidelijk hoe je de situatie nou kan bestempelen. Ook wij staan d’r een beetje half half bij te wachten op wat komen gaat.

De jonge zeemeeuw loopt wat langs de rand van een hoog opstaand en begroeid muurtje. Martien bevreesd als zij is dat de jonge zeemeeuw wel eens kan doorlopen, de hoek om kan gaan en de straat op kan verdwijnen, sluit die mogelijkheid uit door de doorgang te blokkeren. Zij staat daar nu. De jonge zeemeeuw blijft rustig zitten waar hij zit.

Martien had ten onrechte ongelijk over die dode hoek. Deze (dode) meeuw trof ik een paar weken later aan, aan de overkant bij ons aan de straatkant. Hij ligt overigens in de schaduw van een boom, het is niet mijn schaduw, mocht dat nog iets toevoegen. Altijd verbazingwekkend dat zo'n beest een dag later alweer is weggehaald.
Martien had ten onrechte ongelijk over die dode hoek. Deze (dode) meeuw trof ik een paar weken later aan, aan de overkant bij ons aan de straatkant. Hij ligt overigens in de schaduw van een boom, het is niet mijn schaduw, mocht dat nog iets toevoegen. Altijd verbazingwekkend dat zo’n beest een dag later alweer is weggehaald.

En dan toch maar “Gewoon – de natuur in de stad zijn gang – laten gaan ✔️.” We laten het zo en gaan met z’n allen terug naar onze eigen tuintjes. Martien is nog het meest bevreesd over wat er nu kan gaan gebeuren, maar hierin toch duidelijk ook berustend, enigszins verdoofd ogend.

Ik besluit de roze plastic transportbox maar weer naar boven op vier hoog te brengen.

Boven aangekomen zie ik vanuit de slaapkamer aan de voorkant door het raam naar buiten kijkend, vrijwel recht voor me op ooghoogte weer luid krijsende zeemeeuwen.

Delen