DIERENAMBULANCE (II)

We besluiten meteen de Dierenambulance te bellen. Daar krijgen we een verklaring voorgelegd, voorzien van de volgende vragen: “Zo groot als een A4’je? ✔️ Ouders in de buurt? ✔️ Ze vallen als bosjes uit de lucht rond deze tijd. De meeuwen zetten hun jongen dan aan te gaan vliegen. De natuur z’n gang laten gaan. Vrijlaten dus.”

We vertellen dat hier veel katten zitten: Snoep van ons, Karèl van Riekje, die witte van Ellen en Mathieu, die andere witte grote kater, agressief naar onze katten toe en die niet van ‘hier’ is maar volgens mij van aan de overkant bij ons aan de voorkant wat toch een ander en minder mooi katten wijkje is en dan nog dat ranke voor de duvel niet bang zijnde jonge katje van een aantal buren hier verderop. Dat katten verhaal maakt géén indruk op de telefoniste van de Dierenambulance. “Vrijlaten dus.”

De twijfel ¯\_(ツ)_/¯ slaat dan kortstondig bij ons toe.

Onze goedzak kater Snoep is zich vaak van géén kwaad bewust. Hier is ook de blauwe deken te zien.
Onze goedzak kater Snoep is zich vaak van géén kwaad bewust. Hier is ook de blauwe deken te zien.
Partners in crime. Karèl (van Riekje) en onze Snoep. Karèl is overigens dagelijks kind aan huis bij ons om te eten uit Snoep z'n bakje wel te verstaan. Dan 'sniekt' 'ie gewiekst onder de open staande keukendeur naar binnen zonder dat wij het buiten zittend door hebben. Wij zien hem vervolgens voldaan en volkomen rustig alleen nog maar naar buiten lopen. Langs ons heen de tuin uit. En dan heeft 'ie het weer geflikt.
Partners in crime. Karèl (van Riekje) en onze Snoep. Karèl is overigens dagelijks kind aan huis bij ons om te eten uit Snoep z’n bakje wel te verstaan. Dan ‘sniekt’ ‘ie gewiekst onder de open staande keukendeur naar binnen zonder dat wij het buiten zittend door hebben. Wij zien hem vervolgens voldaan en volkomen rustig alleen nog maar naar buiten lopen. Langs ons heen de tuin uit. En dan heeft ‘ie het weer geflikt.
Ik weet z'n naam (nog) niet maar dit is dat ranke voor de duvel niet bang zijnde jonge katje, ook niet bang voor een plens water wat overigens voor een kat best wel uitzonderlijk is te noemen.
Ik weet z’n naam (nog) niet maar dit is dat ranke voor de duvel niet bang zijnde jonge katje, ook niet bang voor een plens water wat overigens voor een kat best wel uitzonderlijk is te noemen.
Dit is die agressieve witte kater. Toen ik deze foto van dichtbij maakte begon hij al naar mij uit te halen.
Dit is die agressieve witte kater. Toen ik deze foto van dichtbij maakte begon hij al naar mij uit te halen.
De kat van Ellen en Mathieu. Ook een goedzak als je het mij vraagt.
De kat van Ellen en Mathieu. Ook een goedzak als je het mij vraagt.

TUSSENOPLOSSING

Meteen en zonder samenspraak met andere toegesnelde buren is er een tussenoplossing gevonden om te komen tot “Vrijlaten dus ✔️.” We zetten ‘onze’ (te) jonge zeemeeuw op het dak van één van de fietsenhokken. Dat is hier goed te volgen door de rode ster met een 2 en dan de zwarte pijl na te lopen.

Het is een kiezeldakje dat een beetje begroeid is met wat mos, wat wilde plantjes en sprietjes gras. Zo kunnen ‘onze’ katten d’r niet bij terwijl de ouders van de jonge zeemeeuw hem zo wel snel weer kunnen vinden en zien zitten. En wij ook. Met een huishoudtrap zet ik de roze transportbox op het dak van het fietsenhok. Deurtje open en daar gaat ‘ie. We zien nog net alleen z’n koppie uitsteken boven de rand van het fietsenhok. Goed kijken naar deze (te) jonge zeemeeuw op het fietsenhok. Je ziet hem maar even.

Al snel blijft de (te) jonge zeemeeuw gewoon roerloos zitten alsof ‘ie het wel best vind zo. En dan is het wachten. Zeemeeuwen vliegen ondertussen hoog, cirkelend en speurend in het rond. Het duurt voor ons te lang voordat ‘onze’ (te) jonge zeemeeuw wordt opgemerkt.

Delen